Afhandeling van vliegtuigen

Vliegtuigopstelplaats
De plek waar een vliegtuig geparkeerd staat heet een vliegtuigopstelplaats of kortweg VOP. Hier gebeurt alles dat nodig is om een vliegtuig te kunnen laten ‘omdraaien’, ofwel weer vertrekken naar de volgende bestemming. Vanaf het moment dat een vliegtuig aan de gate staat en er blokken tegen de wielen zijn gelegd, vindt een hele serie handelingen plaats, uitgevoerd door één van de afhandelingsmaatschappijen.

Docken
Wanneer een vliegtuig parkeert met zijn neus aan de gate, noemen we dat ‘docken’. Voor een piloot is het niet eenvoudig te zien wanneer hij precies op de goede plek staat. Vroeger seinden de marshallers met hun ronde rode bordjes de piloot naar zijn parkeerplaats.Tegenwoordig zit er op de meeste pieren een ‘visual docking guidance system’ oftewel VDGS. Dit is een lichtbak die met lijnen en kleuren aangeeft of het vliegtuig goed in het midden en bijna op zijn plek staat. Je kunt de lichtbakken zien hangen aan de pier.

Afhandeling
Eerst verlaten de passagiers het vliegtuig, en wordt de bagage en eventueel vracht uit het vliegtuig gehaald. Passagiers gaan via een aviobrug naar de terminal. Bij VOPs waar geen brug is worden zij met een bus naar de terminal gebracht.  

Daarna wordt het vliegtuig schoongemaakt, er wordt getankt en eventueel klein onderhoud gepleegd, de catering brengt de maaltijden aan boord, de bagage van de nieuwe passagiers wordt ingeladen en de nieuwe passagiers komen aan boord. Bij vliegtuigen die korte trajecten afleggen, bijvoorbeeld van en naar Parijs of Londen, duurt dit ‘omdraaiproces’ soms maar een uur. Wanneer het vliegtuig klaar is voor vertrek, wordt het door een pushback-voertuig naar achteren geduwd en in de goede richting gedraaid, waarna het op eigen kracht vooruit kan rijden en naar de startbaan kan taxiën. Er zijn VOPs voor verschillende typen en formaten vliegtuigen, maar elke VOP is hetzelfde ingedeeld.

Klaringslijn
Aan de achterkant loopt een brede rode lijn. Deze heet de klaringslijn en markeert de grens tussen het gebied waar vliegtuigen rijden en waar ze stilstaan (de VOP). Niemand mag die lijn passeren zonder toestemming van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), en tenzij men er voor werk moet en mag zijn. De randen van de VOP worden met een smalle rode lijn aangegeven: de vliegtuigklaringslijn.

Tanken
De brandstof die vliegtuigen onderweg gebruiken heet kerosine. Het grootste toestel, de Boeing 747, heeft bij een volle tank ongeveer 130.000 liter kerosine aan boord. 

Veel vliegtuigen worden vanuit een hydrantensysteem getankt. De brandstof, kerosine, loopt via een ondergrondse pijpleiding naar het vliegtuig. Op het platform komt dan een tankwagen te staan die een slang op de pijpleiding en het toestel aansluit waarna het tanken kan beginnen.

Maximum startgewicht
Ieder vliegtuig is zodanig gemaakt dat het, als het eenmaal is beladen en heeft getankt, niet boven een bepaald gewicht mag uitkomen. Gebeurt dit toch, dan is het te zwaar om te kunnen opstijgen. Het grootste passagierstoestel, de Boeing 747, heeft een maximum startgewicht van ongeveer 400.000 kilo.

Catering
Wie langere tijd onderweg is, wil ook graag iets eten en drinken. De maaltijden en dranken aan boord van een vliegtuig heet de catering. De bedrijven die die maaltijden klaarmaken heten cateringbedrijven.

Havengeld
Een luchtvaartmaatschappij moet havengeld betalen voor iedere landing en start. Het bedrag is afhankelijk van het gewicht van het vliegtuig en van de hoeveelheid geluid dat het toestel maakt. De luchthavenbelasting die passagiers betalen, maakt ook deel uit van de havengelden. Deze bedragen zitten al in de prijs van je ticket van de luchtvaartmaatschappij.

Hangar
Op Schiphol-Oost staan enkele hangars waarin de onderhoudsbeurten aan vliegtuigen worden uitgevoerd. Een hangar is dus in feite een soort garage voor vliegtuigen. Om je een indruk te geven van de afmetingen: een voetbalstadion past gemakkelijk in de grootste hangar.

Radar
Een belangrijk hulpmiddel in de luchtvaart is de radar. Dit is een soort antenne met behulp waarvan een verkeersleider de vliegtuigen op een beeldscherm kan zien. Hij weet dan waar het toestel is en op welke hoogte het vliegt. Ook vliegtuigen zelf hebben radar aan boord, zodat een piloot kan zien wat er zich in de buurt van het toestel bevindt. Om een taxiënd vliegtuig goed te kunnen volgen, wordt op de grond ook gebruik gemaakt van een grondradar.

Meteo
Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) heeft een afdeling voor de luchtvaart, de meteo. Die is te vinden in het bemanningencentrum. Een gezagvoerder kan hier terecht voor de weersgegevens op Schiphol, onderweg en van de luchthaven waar hij naar toe vliegt.

Registratienummers
Ieder vliegtuig heeft, net als een auto, een soort kenteken. Dat noemen we een registratienummer. Die nummers beginnen in elk land met een eigen cijfer- of lettercombinatie. Voor Nederland is dit PH. Zo kun je aan de registratie direct zien waar een vliegtuig vandaan komt.

Propellervliegtuig
Kleinere passagierstoestellen die veelal worden ingezet voor niet al te lange afstanden, zijn vaak voorzien van een motor die door een propeller wordt aangedreven. De snelheid van zo’n vliegtuig ligt niet echt hoog, tot bijna 500 kilometer per uur, terwijl straalvliegtuigen circa 900 kilometer per uur vliegen.

Naar boven