Landingsterrein

Oppervlakte 
De oppervlakte van Schiphol bedraagt 2.787 hectare. Dat is vergelijkbaar met de oppervlakte van een middelgrote stad in Nederland.

Landings terrein
Schiphol heeft vijf start- en landingsbanen, zes als de Oostbaan wordt meegerekend. De Polderbaan is de breedste en de langste, waardoor hier zeer grote vliegtuigen kunnen landen zoals de Airbus 380. Daarnaast zijn er nog de Aalsmeerbaan, de Kaagbaan, de Buitenveldertbaan en de Zwanenburgbaan. De Oostbaan is nummer zes, deze is voornamelijk bedoeld voor kleine vliegtuigen.

Op piekuren zijn meerdere nodig om al het vliegverkeer te kunnen afhandelen. Waarom heeft
Schiphol dan zes banen nodig? Dat heeft te maken met de wind. Vliegtuigen landen en stijgen het veiligst tegen de wind in. Welke banen worden gebruikt hangt dus mede af van de windrichting en windsterkte. Bij een harde westenwind kan bijvoorbeeld alleen de Buitenveldertbaan worden gebruikt. Bovendien worden die banen gebuikt die het minst overlast geven voor de bewoners in de omgeving.

Omdat Schiphol dichtbij zee ligt heeft het te maken met veel verschillende windrichtingen. In de jaren
veertig is daarom besloten om een zogenaamd ‘tangentieel’ banenstelsel aan te leggen: vijf banen in verschillende richtingen met de terminal als middelpunt. In die tijd een uniek concept!



Schiphol Oostbaan
De Oostbaan (code 04-22) is de oudste (1945) en met 2.010 meter ook de kortste baan op de luchthaven Schiphol. Hij loopt van het zuidwesten naar het noordoosten. Vanaf 1920 ging de KLM burgervluchten uitvoeren vanaf de Oostbaan. Tegenwoordig landen en stijgen er voornamelijk nog kleine vliegtuigen op zoals privé- en zakenjets. Alleen bij sterke wind uit het zuidwesten wordt de Oostbaan ook gebruikt voor de afhandeling van het middelgrote vliegverkeer. De wind staat dan gunstig op de neus van het vliegtuig.

Kaagbaan
De Kaagbaan (code 06-24) dateert uit 1960 en dankt zijn naam aan de Kagerplassen. De aan- en uitvliegroute voert over dit gebied. De Kaagbaan is de meest zuidelijk gelegen start- en landingsbaan en loopt van zuidwest naar noordoost. Hij wordt vaak ‘s nachts gebruikt, maar alleen van en naar het zuidwesten, omdat de noordoostelijke uit- en aanvliegroute over Amsterdam voert. Ook overdag wordt er zelden over Amsterdam van en naar de Kaagbaan gevlogen. De Kaagbaan is 3.500 meter lang en 45 meter breed.

Aalsmeerbaan
De Aalsmeerbaan (code 18L–36R) loopt van noord naar zuid, parallel aan de Zwanenburgbaan en de Polderbaan. De Aalsmeerbaan dateert uit 1950, is 3.400 meter lang en 45 meter breed. De baan mag niet worden gebruikt voor starts in noordelijke richting, en ook niet ‘s nachts. Net als de Buitenveldertbaan is dit een secundaire baan, die dient als vervanging of ondersteuning van de andere banen tijdens piekuren.

Buitenveldertbaan 
De Buitenveldertbaan (codenaam 09-27) loopt van oost naar west en kruist aan de oostzijde de Aalsmeerbaan. De Buitenveldertbaan, opgeleverd in 1967, heet zo omdat de aanvliegroute over de Amsterdamse wijk Buitenveldert loopt. De baan is 3.450 meter lang en 45 meter breed. Op 6 juli 2008 landde hier het grootste vrachtvliegtuig ter wereld: de Antonov An-225.

Polderbaan
De Polderbaan (code 18R-36L) ligt parallel aan de Zwanenburgbaan (18C-36C) en de Aalsmeerbaan (18L–36R), en is met 3.800 meter de langste start- en landingsbaan van Schiphol en met 60 meter ook de breedste. De Polderbaan wordt alleen gebruikt om op te stijgen in noordelijke richting en te landen in zuidelijke richting, om geluidsoverlast in Hoofddorp te voorkomen. De baan is in 2003 in gebruik genomen. Anders dan andere banen is de Polderbaan niet genoemd naar een plaats onder de aanvliegroute: de Polderbaan dankt zijn naam aan een prijsvraag onder omwonenden.



Zwanenburgbaan
De Zwanenburgbaan (code 18C-36C) ligt ten oosten van en parallel aan de Polderbaan, langs de snelweg A5, en is in 1968 in gebruik genomen. De baan heet zo omdat de aan- en uitvliegroute over het dorp Zwanenburg voert. De Zwanenburgbaan is 3.300 meter lang en is hiermee op de Oostbaan na de kortste baan van Schiphol. De baan wordt voornamelijk van en naar het noorden gebruikt.

Hoe zit een baan in elkaar?
Een start- en landingsbaan is geen simpel stukje asfalt. Er moeten zware vliegtuigen op kunnen landen die met grote snelheid neerkomen. Ook vliegtuigen die starten met een volle kerosinetank oefenen grote druk uit op de baan. Daarom is een baan opgebouwd uit meerdere lagen; in totaal ongeveer 1 meter dik. De onderste laag is een zandlaag van 20 cm. Daarop een betonlaag van 40 cm. Dan weer 15 cm zand, en 15 cm zandcement. Daar bovenop liggen meerdere lagen betonasfalt. Bij het landen mag het asfalt niet ‘opstropen’ en het moet goed tegen alle weers invloeden kunnen: dit betonasfalt is dus zeer sterk. De toplaag is een zogenaamde anti-skidlaag; een ruw oppervlak zodat vliegtuigen voldoende grip hebben. De toplaag is bovendien zo gemaakt dat water snel wordt afgevoerd. Ook dit is bedoeld om gladheid te voorkomen.

Landingshulpmiddelen
Landingsbanen hebben veel hulpmiddelen voor de verkeersleiding en voor piloten om te zorgen dat het vliegtuig goed kan landen. Bijvoorbeeld verlichting, markeringen en radar. Ook bij slecht weer en in het donker moeten vliegtuigen kunnen landen. De luchtverkeersleiding heeft daarom een aantal meetinstrumenten langs de banen staan om te bepalen of er geland kan worden en in welke richting dat moet gebeuren. Bijvoorbeeld de zichtmeters, die meten hoe ver de piloot kan zien, en windmeters die de windrichting en -snelheid meten. Ook staan er radars langs de baan die de precieze locatie van de vliegtuigen in de lucht en op de grond vaststellen, zodat het vliegtuig in de juiste dalingshoek naar de goede positie wordt geleid. De piloot kan door deze instrumenten zien of hij zijn vliegtuig op het juiste punt op de grond zet. Zo kan ook in de meest extreme regen of mist veilig worden geland.

Onderhoud aan de banen
De start- en landingsbanen worden goed onderhouden. Beschadigingen veroorzaakt door landen, worden regelmatig gecheckt en gerepareerd. Ook wordt de plek waar de vliegtuigen landen, het landingspunt, regelmatig ontdaan van rubber. Na elke landing blijft wel wat rubber achter in het ruwe oppervlak. Daardoor wordt het landingspunt glad en kan het water niet meer goed worden afgevoerd. Daarom wordt elke vier maanden het rubber uit de baan gespoten. Hiervoor is een speciaal voertuig voorhanden dat water kan spuiten onder zeer hoge druk. Elke paar jaar krijgt een van de banen een grote onderhoudsbeurt.

Baanverlichting
Een piloot of gezagvoerder moet kunnen zien op welke plek hij zijn vliegtuig bij de landing op de baan moet neerzetten. Vóór, op en langs de banen zijn daarom baanlichten aangebracht in een voor de piloot makkelijk te herkennen patroon. Per baan zijn dat zo’n 1.500 lampen. Een baan heeft meer lichten dan een snelweg; je vindt de verlichting zowel in het midden van de baan als aan beide zijkanten.

Helispot
Op Schiphol-Oost is een helispot waarvan onder meer helikopters van het Korps Landelijke Politiediensten gebruik maken voor verkeerssurveillances. 

Naar boven